Rechtbank Breda 30 oktober 2009 (belaging via Hyves), LJN BK1696

Belaging via emails, sms’jes en Hyves contacten.
De rechtbank stelt voorop dat voor de vraag of sprake is van belaging in de zin van artikel 285b van het Wetboek van Strafrecht beslissend is of er sprake is van gedragingen waardoor wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk wordt gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van een ander. Het gaat er daarbij om of het lastigvallen van die ander een zekere mate van indringendheid, duur en frequentie heeft. Daarvan is, gelet op het vorenstaande, naar het oordeel van de rechtbank hier sprake. De rechtbank merkt hierbij op dat ook de positieve berichten een inbreuk op de privacy van [slachtoffer 1] kunnen maken.
Vervolgens komt de vraag aan de orde welk oogmerk verdachte had met het verzenden van de mailtjes, sms-berichten en de Hyves-contacten. De rechtbank is van oordeel dat verdachte het oogmerk had [slachtoffer 1] te dwingen iets te dulden. Dit oogmerk volgt uit de bewezenverklaarde handelingen, waaruit kan worden afgeleid dat [slachtoffer 1] geen keuze werd gelaten in het al dan niet aanvaarden van de contacten met verdachte. Dit geldt ook voor de vrienden, bekenden en de familieleden van [slachtoffer 1]. Door zijn handelen dwong verdachte [slachtoffer 1] daarmee feitelijk te dulden dat stelselmatig contact met haar werd gezocht. Aldus werd inbreuk gemaakt op haar persoonlijke levenssfeer (NJ 2004, 354).
M.b.t. een tweede slachtoffer is de rechtbank van oordeel dat uit de inhoud van de sms-berichten/mailberichten en Hyves-contacten duidelijk blijkt dat geen sprake was van een normaal contact tussen verdachte en zijn slachtoffers, nu voortdurend vanaf één kant contact werd gezocht met deze slachtoffers, terwijl dit contact door die slachtoffers zoveel mogelijk werd afgehouden en de inhoud van de berichten veelal beledigend voor die slachtoffers en/of hun vrienden/bekenden en familieleden waren.
Daarnaast stelt de rechtbank vast dat het voor verdachte duidelijk moet zijn geweest dat de slachtoffers niet gesteld waren op dergelijke berichten. Deze berichten waren veelal van een beschuldigend en beledigend karakter.
Gelet hierop is sprake van stelselmatig inbreuk maken op de persoonlijke levenssfeer van de slachtoffers.
Volgt veroordeling tot 240 uur werkstraf en 279 dagen gevangenisstraf, waarvan 180 dagen voorwaardelijk.